Een consult correct declareren bij de NZa betekent: de juiste prestatiecode koppelen aan de contactvorm die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, binnen de geldende tarieven en registratievereisten. De regels zijn vastgelegd door de Nederlandse Zorgautoriteit en uitgewerkt in de richtlijnen van de LHV. Wie die regels kent en consequent toepast, declareert volledig én verdedigbaar. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over declaratieregels bij consulten, van tarieven tot veelgemaakte fouten.
Welke consulttarieven hanteert de NZa voor huisartsen?
De NZa stelt jaarlijks maximumtarieven vast voor huisartsenzorg. Voor 2026 gelden vaste tarieven per prestatiecode, afhankelijk van de contactvorm: een regulier consult op de praktijk, een telefonisch consult, een visite aan huis en digitale contactvormen hebben elk een eigen code en bijbehorend maximumtarief. Zorgverzekeraars contracteren huisartsen doorgaans op of onder dit maximum.
De tarieven zijn opgebouwd rondom het onderscheid tussen inschrijftarief (abonnementstarief per patiënt per jaar) en verrichting (een gedeclareerde prestatie bovenop dat abonnement). Consulten vallen grotendeels in de verrichtingensfeer. Niet elke contactvorm levert automatisch een declarabele verrichting op: bepalend is wat er daadwerkelijk is uitgevoerd, niet wat gepland of voorbereid was. De NZa-tariefbeschikking is het uitgangsdocument; de LHV vertaalt deze jaarlijks naar praktische richtlijnen voor de werkvloer.
Wil je weten welke ruimte er in jouw praktijk onbenut blijft? Via de rendementstest van Ord’us krijg je een concreet beeld van wat er structureel wordt gemist.
Wat is het verschil tussen een consult, een visite en een herhaalrecept?
Een consult is een direct patiëntencontact waarbij inhoudelijk zorg wordt verleend op de eigen locatie, uitgevoerd door een daartoe bevoegde en bekwame zorgverlener — dat kan de huisarts zijn, maar ook een doktersassistente, praktijkverpleegkundige of physician assistant (PA), mits dit past binnen de gemaakte afspraken. Een visite is een consult aan huis of in een instelling, waarbij de zorgverlener naar de patiënt toe gaat. Een herhaalrecept is geen consult: het is een administratieve handeling zonder inhoudelijk zorgcontact en heeft een eigen, lagere prestatiecode.
Dit onderscheid is cruciaal voor correcte declaraties. Een visite mag niet als gewoon consult worden gedeclareerd, en een telefonisch contact waarbij alleen een recept wordt doorgegeven is iets anders dan een telefonisch consult waarbij daadwerkelijk inhoudelijk zorg is verleend. De aard van wat er feitelijk is uitgevoerd, bepaalt de code — niet de intentie, de locatie of de duur alleen.
In de praktijk gaat het hier regelmatig mis: een herhaalrecept wordt als consult ingevoerd, of een visite wordt niet apart geregistreerd. Dat zijn precies de patronen die bij een training Optimaal Declareren zichtbaar worden gemaakt en structureel gecorrigeerd.
Welke contactvormen mogen als consult worden gedeclareerd?
Als consult mogen worden gedeclareerd: een fysiek consult op de praktijk, een telefonisch consult waarbij inhoudelijk zorg is verleend, een beeldbelconsult en in bepaalde gevallen een e-consult via een beveiligd digitaal kanaal. Voorwaarde is altijd dat er sprake is van een inhoudelijk zorgmoment dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, uitgevoerd door een bevoegde en bekwame zorgverlener — of dat nu de huisarts, een POH, een doktersassistente, een praktijkverpleegkundige of een PA is, mits dit past binnen de gemaakte afspraken.
Een veelgestelde vraag is: mag ik een telefonisch consult declareren? Het antwoord is ja, mits het contact voldoet aan de inhoudelijke vereisten. Een kort telefoontje om een uitslag door te geven of een recept te bevestigen kwalificeert doorgaans niet. Een gesprek waarbij klachten zijn beoordeeld, beleid is bepaald of een behandeling is besproken, wel — omdat er dan daadwerkelijk zorg is geleverd.
Triagegesprekken die zelfstandig worden afgehandeld door een doktersassistente of andere bevoegde zorgverlener, kunnen onder bepaalde voorwaarden apart worden gedeclareerd. Hiervoor zijn specifieke codes beschikbaar. Bepalend is wat er feitelijk is uitgevoerd en of de zorgverlener daartoe bevoegd en bekwaam was.
Hoe registreer je een consult zodat de declaratie klopt?
Een correcte declaratie is gebaseerd op wat er daadwerkelijk is uitgevoerd. De contactvorm in het huisartsinformatiesysteem (HIS) moet overeenkomen met het zorgcontact dat werkelijk heeft plaatsgevonden, de juiste prestatiecode moet zijn geselecteerd en de zorgverlener die het contact heeft gehad moet als uitvoerder zijn vastgelegd. Ontbreekt één van deze elementen, of sluit de registratie niet aan op de geleverde zorg, dan klopt de declaratie niet.
In de praktijk betekent dit dat er duidelijke interne afspraken nodig zijn over wie wat uitvoert en hoe dat aansluitend wordt vastgelegd. Veel praktijken werken met impliciete aannames: het contact wordt geregistreerd, maar de koppeling naar de juiste declaratiecode — die recht doet aan wat er feitelijk is geleverd — wordt niet altijd bewust gemaakt. Zeker bij contacten door verschillende zorgverleners, gemengde consulten of consulten met meerdere klachten ontstaan hier snel fouten.
Goede registratieroutines zijn geen kwestie van meer werk, maar van de juiste werkwijze. Dat is precies wat Ord’us in de teamtraining centraal stelt: niet alleen uitleggen wat de regels zijn, maar zorgen dat het hele team weet hoe die regels in de dagelijkse praktijk worden toegepast.
Wat zijn de meest gemaakte declaratiefouten bij consulten?
De meest voorkomende declaratiefouten bij consulten zijn: het niet declareren van een telefonisch consult waarbij daadwerkelijk inhoudelijk zorg is verleend, het declareren van een herhaalrecept als consult, het missen van aanvullende verrichtingen die tijdens een consult zijn uitgevoerd, en het onjuist koppelen van de zorgverlener aan het contact. Deze fouten kosten praktijken structureel inkomsten.
Een andere veelgemaakte fout is onderdeclareren uit voorzichtigheid. Veel praktijken declareren minder dan is toegestaan omdat ze bang zijn voor controle of terugvordering. Dat gevoel is begrijpelijk, maar het leidt ertoe dat legitieme inkomsten structureel blijven liggen. Declaratieregels zijn er niet om te omzeilen, maar ook niet om uit angst te negeren.
Daarnaast worden M&I-verrichtingen (modernisering en innovatie) regelmatig gemist, simpelweg omdat het team niet weet dat ze declarabel zijn. Denk aan verrichtingen als de Enkel-armindex (Doppleronderzoek), specifieke contacten door bevoegde zorgverleners of aanvullende diagnostiek. Belangrijk aandachtspunt bij ketenzorg: zorg die al onderdeel is van de ketenzorgvergoeding mag niet afzonderlijk worden gedeclareerd. Zo mag longfunctieonderzoek binnen de COPD-ketenzorg niet apart in rekening worden gebracht. De regels staan er, maar de kennis om ze correct toe te passen ontbreekt vaak op de werkvloer.
Wat gebeurt er als een consult verkeerd is gedeclareerd?
Als een consult verkeerd is gedeclareerd, kan de zorgverzekeraar bij een controle overgaan tot terugvordering van het te veel of onterecht gedeclareerde bedrag. In ernstige gevallen, bij aantoonbare opzet, kan dit verdere gevolgen hebben. Bij incidentele fouten zonder opzet volgt doorgaans een correctie of verrekening. Preventie is altijd beter dan herstel.
De angst voor verkeerd declareren is bij veel huisartsen groter dan de daadwerkelijke kans op problemen, zolang de declaraties aantoonbaar zijn gebaseerd op wat er werkelijk is geleverd. Dat is precies de kern van verdedigbaar declareren: niet meer dan is toegestaan, maar ook niet structureel minder dan waarop je recht hebt.
Fout gedeclareerd, wat nu? Als je een fout ontdekt, is het verstandig dit zelf te corrigeren via je declaratiesysteem of in overleg met de zorgverzekeraar. Transparantie werkt in je voordeel. Structurele fouten zijn een signaal dat de kennis of de interne afspraken niet op orde zijn. Dat is oplosbaar, maar vraagt om een bewuste aanpak van het hele team.
Bij Ord’us helpen we praktijken om precies dit fundament te leggen: declaratiekennis die niet afhangt van één medewerker, maar verankerd is in gedeelde routines. Zodat het structureel klopt, en je als praktijkhouder met een gerust gevoel weet dat er niets blijft liggen én niets over de grens gaat.