Hoe werken de declaratieregels voor huisartsen? - Ord'us
Contact

Hoe werken de declaratieregels voor huisartsen?

Bart ·
Opgeruimd bureau van een huisartsenpraktijk met patiëntendossier, stethoscoop en declaratieformulier in teal en warm wit.

De declaratieregels voor huisartsen bepalen welke zorg je mag declareren, tegen welk tarief, en onder welke voorwaarden. Ze zijn vastgelegd door de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) en uitgewerkt in de richtlijnen van de LHV. Elke huisartsenpraktijk heeft te maken met deze regels, ongeacht de grootte van de praktijk of de samenstelling van het team. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over declareren in de huisartsenpraktijk, van de basisregels tot wat je doet als er iets misgaat.

Welke soorten vergoedingen vallen onder de declaratieregels?

De declaratieregels voor huisartsen hebben betrekking op drie hoofdcategorieën: de inschrijftarieven (abonnementstarieven per verzekerde patiënt), de consulttarieven (voor geleverde contacten) en de verrichtingen (specifieke handelingen en modules). Samen vormen deze categorieën het declaratielandschap van de gemiddelde huisartsenpraktijk.

Het inschrijftarief ontvang je als vaste vergoeding per ingeschreven patiënt per jaar. Dit tarief is bedoeld als basisfinanciering voor de beschikbaarheid van de praktijk. Daarnaast declareer je consulttarieven voor elk contact dat je hebt met een patiënt, of dat nu een fysiek consult is, een telefonisch consult of een digitaal contact.

De derde categorie, de verrichtingen, is voor veel praktijken de minst bekende maar potentieel meest waardevolle. Hieronder vallen onder andere kleine chirurgische ingrepen, specifieke diagnostiek zoals de Enkel-armindex (Doppleronderzoek), en de Modules en Integrale Bekostiging (M&I) voor chronische zorg. Daarbij geldt als uitgangspunt dat uitsluitend de daadwerkelijk uitgevoerde verrichting declarabel is — niet de voorbereiding of de geplande handeling. Juist in deze categorie blijft in de praktijk regelmatig rechtmatig inkomen liggen, simpelweg omdat niet iedereen in het team weet welke codes van toepassing zijn.

💬

Vragen over declareren?

Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.

📞 Bellen ✉️ Mailen

Wie stelt de declaratieregels voor huisartsen vast?

De declaratieregels voor huisartsen worden vastgesteld door de NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit. De NZa bepaalt welke prestaties gedeclareerd mogen worden en stelt de maximumtarieven vast. De LHV vertaalt deze regels naar praktische richtlijnen en adviezen voor huisartsen en hun teams.

De NZa publiceert jaarlijks een prestatiebeschrijving met bijbehorende tarieven. In 2026 gelden de meest recente tarieven die de NZa heeft vastgesteld, inclusief eventuele aanpassingen voor chronische zorgmodules en nieuwe verrichtingen. Het is de verantwoordelijkheid van de praktijk om deze regels te kennen en correct toe te passen.

De LHV biedt daarbij ondersteuning via richtlijnen, toolkits en informatiebijeenkomsten. Maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor correcte declaraties ligt bij de praktijkhouder. Dat is precies waarom kennis van de NZa- en LHV-regels zo belangrijk is, niet alleen voor de huisarts zelf, maar voor het hele team.

Welke prestaties mag een huisarts declareren per consult?

Per consult mag in de meeste gevallen één consulttarief worden gedeclareerd, aangevuld met eventuele verrichtingen die tijdens dat contact daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Welk consulttarief van toepassing is, hangt af van de contactvorm: een fysiek consult, een telefonisch consult, een visite of een digitaal contact hebben elk een eigen prestatiecode.

Een telefonisch consult mag worden gedeclareerd als er sprake is van een inhoudelijk medisch contact waarbij actief zorg is verleend. Dat hoeft niet per se door de huisarts zelf te gebeuren: ook een doktersassistente, praktijkverpleegkundige of physician assistant (PA) kan een declarabel contact uitvoeren, mits die zorgverlener bevoegd en bekwaam is en dit past binnen de interne afspraken over taakdelegatie. Niet elk telefoontje is declarabel, maar een gerichte anamnese, een beoordeling of een medisch advies kan dat wel zijn.

Naast het consulttarief kunnen in hetzelfde contact aanvullende verrichtingen worden gedeclareerd, zoals een ECG, een wondbehandeling of een injectie. Bepalend is altijd wat daadwerkelijk is uitgevoerd — niet wat gepland stond of voorbereid was. De uitgevoerde verrichting dient te zijn vastgelegd in het HIS en de declaratie moet aansluiten bij de bevoegdheden van de zorgverlener die de handeling heeft verricht.

Wat zijn de meest gemaakte declaratiefouten in huisartsenpraktijken?

De meest voorkomende declaratiefouten in huisartsenpraktijken zijn niet het gevolg van opzet, maar van ingesleten routines, onduidelijke taakverdeling en onvoldoende kennis van de geldende codes. Praktijken declareren structureel te weinig, niet te veel, omdat verrichtingen worden vergeten of omdat medewerkers onzeker zijn of iets wel mag.

Veelgemaakte fouten zijn onder andere:

  • Telefonische consulten die niet worden gedeclareerd omdat men denkt dat het niet mag
  • Verrichtingen die wel zijn uitgevoerd maar niet afzonderlijk zijn gedeclareerd, terwijl dat wel rechtmatig zou zijn
  • Verkeerde of verouderde codes die niet meer overeenkomen met de actuele NZa-prestatiebeschrijvingen
  • M&I-modules die niet volledig worden benut omdat de voorwaarden onbekend zijn
  • Zorg die al onderdeel is van een ketenzorgvergoeding en toch afzonderlijk wordt gedeclareerd — bijvoorbeeld longfunctieonderzoek binnen de COPD-ketenzorg, wat niet apart gedeclareerd mag worden
  • Onduidelijkheid over wie in het team welke verrichtingen mag uitvoeren en declareren

Het probleem is dat deze fouten zelden opvallen in de dagelijkse praktijk. Ze stapelen zich op op de achtergrond, terwijl het team gewoon zijn werk doet. Pas bij een dalende omzet of een opmerking van de accountant wordt het zichtbaar. De training Optimaal Declareren van Ord’us is specifiek gericht op het blootleggen van deze patronen, niet om te maximaliseren, maar om te declareren wat rechtmatig is.

💬

Vragen over declareren?

Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.

📞 Bellen ✉️ Mailen

Wat gebeurt er bij een controle door de zorgverzekeraar?

Bij een controle door de zorgverzekeraar wordt getoetst of de gedeclareerde prestaties daadwerkelijk zijn geleverd en voldoen aan de NZa-voorwaarden. Als dat niet het geval is, kan de zorgverzekeraar overgaan tot terugvordering van onterecht ontvangen bedragen. In ernstige gevallen kan dit ook leiden tot een fraudeonderzoek.

Angst voor een controle is begrijpelijk, maar vaak ongegrond als de declaraties zorgvuldig en volledig zijn opgebouwd. De grootste risicofactor is niet te veel declareren, maar onduidelijk of inconsistent declareren: situaties waarbij de ene medewerker een code wel gebruikt en de andere niet, of waarbij de registratie in het HIS niet overeenkomt met de gedeclareerde prestatie.

Goede documentatie is de beste bescherming. Als een verrichting daadwerkelijk is uitgevoerd, correct is vastgelegd en de bijbehorende code overeenkomt met de NZa-prestatiebeschrijving, is een declaratie altijd verdedigbaar. Dat geeft rust, ook als er een controle komt. Ord’us helpt praktijken om die basis op orde te krijgen, zodat declaraties niet alleen correct zijn maar ook aantoonbaar correct.

Hoe zorg je dat het hele team correct declareert?

Correct declareren door het hele team vraagt om drie dingen: gedeelde kennis van de geldende regels, heldere interne afspraken over wie welke verrichtingen mag uitvoeren en declareren, en routines die dat gedrag dagelijks borgen. Kennis bij één persoon is kwetsbaar; kennis die in het team is ingebed, is duurzaam.

In de praktijk betekent dit dat je niet kunt volstaan met één keer uitleggen hoe het werkt. Declaratiekennis veroudert, medewerkers wisselen, en de druk van een volle agenda verdringt de aandacht voor registratie. Structurele verbetering vraagt om een aanpak die verder gaat dan een eenmalige instructie.

De interactieve teamtraining van Ord’us is precies hierop gericht. De training vindt altijd plaats op de eigen locatie, met het hele team aanwezig, en begint met het toetsen van het huidige kennisniveau. Daarna worden gemiste verrichtingen en codes zichtbaar gemaakt en omgezet in concrete interne afspraken — inclusief duidelijkheid over welke zorgverlener welke handelingen mag verrichten en declareren. Via een online leeromgeving blijft de kennis daarna levend door wekelijkse casuïstiek en kennischecks.

Wil je weten wat er bij jouw praktijk aan rechtmatig inkomen onbenut blijft? De rendementstest van Ord’us zet er een concreet bedrag op, zodat je niet langer met een vaag vermoeden zit maar met een helder beeld van de financiële ruimte die er al is.

Gerelateerde artikelen