Een huisarts mag bij de zorgverzekeraar declareren wat daadwerkelijk is geleverd: consulten, telefonische contacten, visites, kleine chirurgische ingrepen, specifieke verpleegkundige handelingen en een breed scala aan aanvullende codes voor bijzondere zorg. De voorwaarde is altijd dat de prestatie valt binnen de geldende NZa-tarieven en aantoonbaar is uitgevoerd. Welke codes precies van toepassing zijn op jouw praktijk, en waar de meeste omzet onterecht blijft liggen, werkt Ord’us in de praktijk elke dag mee aan.
Hieronder vind je per deelvraag een direct antwoord, zodat je snel weet waar je staat en wat er mogelijk over het hoofd wordt gezien.
Welke zorgprestaties vallen onder declareerbare verrichtingen?
Declareerbare verrichtingen zijn alle zorgprestaties waarvoor de NZa een tarief heeft vastgesteld en die daadwerkelijk zijn uitgevoerd door een bevoegde en bekwame zorgverlener binnen de praktijk β of dat nu de huisarts, een doktersassistente, een praktijkverpleegkundige of een physician assistant (PA) is. Dit omvat consulten, visites, telefonische en digitale contacten, inschrijftarieven, ketenzorgprestaties en een uitgebreide lijst van specifieke medische handelingen die staan beschreven in de prestatiebeschrijvingen van de NZa.
De declareerbare ruimte is groter dan veel praktijken beseffen. Naast de bekende consulttarieven bestaan er codes voor avond-, nacht- en weekenddiensten, voor specifieke doelgroepen zoals ouderen en chronisch zieken, en voor samenwerking met andere disciplines. Een code mag uitsluitend worden gebruikt als de onderliggende prestatie daadwerkelijk is geleverd, maar er is geen enkele reden om een code weg te laten als dat het geval is.
In de dagelijkse praktijk worden juist de minder zichtbare codes structureel gemist: niet omdat de zorg niet is geleverd, maar omdat die zorg niet wordt herkend als declareerbaar. Dat onderscheid is precies waar kennis en teamroutines het verschil maken.
Vragen over declareren?
Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.
| π Bellen | βοΈ Mailen |
Wat is het verschil tussen een consult en een verrichting?
Een consult is een contactmoment waarbij een bevoegde zorgverlener β zoals de huisarts, een doktersassistente, een praktijkverpleegkundige of een physician assistant (PA) β een patiΓ«nt ziet, spreekt of digitaal adviseert. Een verrichting is een specifieke medische handeling die tijdens of naast dat contactmoment daadwerkelijk is uitgevoerd, zoals een wondbehandeling, een injectie, een Enkel-armindex (Doppleronderzoek) of een ECG. Beide zijn declareerbaar, maar via verschillende codes en soms naast elkaar.
Het onderscheid is praktisch belangrijk. Een consult wordt gedeclareerd op basis van het type contact: een kort consult, een lang consult, een telefonisch consult of een visite. Een verrichting wordt gedeclareerd op basis van wat er tijdens dat contact daadwerkelijk is uitgevoerd. In veel gevallen mag een verrichting worden gedeclareerd bovenop het consult, mits aan de voorwaarden van de prestatiebeschrijving is voldaan.
Waar het misgaat in de praktijk: de verrichting die daadwerkelijk is uitgevoerd wordt niet apart gedeclareerd, omdat onduidelijk is of het een zelfstandig declareerbare handeling betreft of een onderdeel van het consult. Duidelijke interne afspraken over wie welke uitgevoerde handelingen afzonderlijk declareert, voorkomen dit structureel.
Welke kleine chirurgische ingrepen mag een huisarts declareren?
Kleine chirurgische ingrepen zijn declareerbaar als ze daadwerkelijk zijn uitgevoerd, vallen binnen het competentiegebied van de uitvoerende zorgverlener en waarvoor de NZa een specifieke prestatiecode heeft vastgesteld. Voorbeelden zijn het verwijderen van naevi, lipomen, atheroomcysten, wratten en ingegroeide nagels, het hechten van wonden en het inciseren van abcessen. Elke ingreep heeft een eigen code met bijbehorende voorwaarden.
De declareerruimte hangt af van drie factoren: de aard van de ingreep, de locatie (in de praktijk of op visite), en of de ingreep valt binnen het basispakket of de aanvullende verzekering. Sommige ingrepen zijn alleen declareerbaar als aan specifieke indicatiecriteria is voldaan die in de NZa-prestatiebeschrijving staan omschreven.
Praktijken laten hier regelmatig inkomsten liggen doordat uitgevoerde ingrepen niet afzonderlijk worden gedeclareerd, of doordat de juiste code niet bekend is bij de zorgverlener die de handeling heeft verricht. Een ingreep die is uitgevoerd maar niet is gedeclareerd, levert de praktijk niets op terwijl de zorgverzekeraar er wΓ©l voor betaalt als het correct wordt aangeleverd.
Wanneer mag een huisarts een toeslag of aanvullende code declareren?
Een toeslag of aanvullende code is declareerbaar wanneer de geleverde zorg voldoet aan de specifieke voorwaarden die de NZa aan die prestatie stelt. Toeslagen bestaan voor situaties zoals een consult buiten kantooruren, een consult bij een patiΓ«nt met een complexe zorgvraag, of een consult waarbij een tolk is ingezet. De aanvullende code mag alleen worden toegevoegd als de basisregistratie ook correct is.
Veel gebruikte aanvullende codes zijn de M&I-verrichtingen (modernisering en innovatie), de POH-codes voor praktijkondersteuners, en de codes voor ketenzorg bij chronische aandoeningen als diabetes, COPD en hartfalen. Belangrijk hierbij is dat zorg die al onderdeel is van de ketenzorgvergoeding niet afzonderlijk mag worden gedeclareerd. Voor longfunctieonderzoek geldt specifiek dat dit binnen de COPD-ketenzorg niet apart gedeclareerd mag worden. Deze codes vertegenwoordigen een aanzienlijk deel van de declareerruimte die structureel wordt onderbenut.
De reden voor onderbenutting is bijna altijd organisatorisch: de zorg wordt geleverd, maar de koppeling tussen de daadwerkelijk uitgevoerde handeling en de bijbehorende code wordt niet gemaakt. Een patiΓ«nt met diabetes wordt behandeld, maar de juiste ketenzorgcode wordt niet aangehaakt. De training Optimaal Declareren van Ord’us maakt precies deze koppelingen zichtbaar en vertaalt ze naar concrete teamafspraken.
Wat mag een huisarts nΓet declareren bij de zorgverzekeraar?
Een huisarts mag geen zorgprestaties declareren die niet daadwerkelijk zijn geleverd, die buiten het NZa-prestatiebeschrijvingstelsel vallen, of waarvoor de patiΓ«nt niet voldoet aan de indicatievoorwaarden. Ook mag een prestatie niet dubbel worden gedeclareerd: als een handeling al onderdeel is van het tarief voor een consult of van een ketenzorgvergoeding, bestaat er geen aparte code voor diezelfde handeling.
Concrete voorbeelden van wat niet declareerbaar is: administratieve handelingen zonder directe patiΓ«ntenzorg, het invullen van formulieren zonder bijbehorend consult, en ingrepen die de NZa expliciet heeft uitgesloten van vergoeding via het basispakket. Sommige verrichtingen zijn wel declareerbaar, maar alleen rechtstreeks aan de patiΓ«nt, niet via de zorgverzekeraar.
Het is even belangrijk om te weten wat nΓet mag als wat wΓ©l mag. Onterechte declaraties leiden tot terugvorderingen door de zorgverzekeraar en kunnen de reputatie van de praktijk schaden. Optimaal declareren betekent precies weten waar de grens ligt, en die grens nooit overschrijden. Dat is ook de kern van de aanpak van Ord’us: nooit meer dan is toegestaan, maar ook nooit structureel minder dan waar de praktijk recht op heeft.
Vragen over declareren?
Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.
| π Bellen | βοΈ Mailen |
Hoe zorgt een praktijk dat verrichtingen structureel correct worden gedeclareerd?
Structureel correct declareren vereist drie dingen: gedeelde kennis in het hele team, heldere interne afspraken over wie welke uitgevoerde handelingen afzonderlijk declareert, en vaste routines die dagelijks worden uitgevoerd zonder dat iemand er bewust bij hoeft na te denken. Als één van deze drie ontbreekt, ontstaan er gaten in de declaratie die zich herhalen zolang de situatie niet verandert.
De meest voorkomende valkuil is afhankelijkheid van één persoon. Als alleen de ervaren assistente weet welke codes bij welke uitgevoerde handelingen horen, verdwijnt die kennis zodra zij er niet is. Kennis moet worden omgezet in teamgedrag en vastgelegd in afspraken die voor iedereen gelden.
Praktische stappen die het verschil maken:
- Stel per type handeling vast wie de declaratie verzorgt en op welk moment in het werkproces, zodra de handeling daadwerkelijk is uitgevoerd.
- Maak een overzicht van de meest voorkomende verrichtingen in de praktijk en de bijbehorende NZa-codes, inclusief welke handelingen niet afzonderlijk declareerbaar zijn omdat ze al onderdeel zijn van een ketenzorgvergoeding.
- Controleer periodiek of de gedeclareerde codes overeenkomen met de daadwerkelijk geleverde zorg.
- Bespreek nieuwe tarieven en codes als team, zodat iedereen op de hoogte is van wijzigingen.
- Gebruik een vaste checklist bij specifieke ingrepen zodat aanvullende codes niet worden vergeten.
Ord’us begeleidt praktijken bij precies dit proces via de interactieve training Optimaal Declareren, die altijd op locatie plaatsvindt met het volledige team. Eerst wordt het huidige kennisniveau in kaart gebracht, daarna worden de gemiste codes en routines zichtbaar gemaakt, en vervolgens worden concrete interne afspraken vastgelegd die de volgende werkdag al toepasbaar zijn. Via een online leeromgeving blijft de kennis daarna levend door wekelijkse casussen en kennischecks.
Wil je weten wat jouw praktijk concreet laat liggen? De rendementstest van Ord’us zet er een bedrag op, zodat je niet langer werkt met een vermoeden maar met een concreet inzicht.