Een huisarts mag een toeslag declareren bovenop een consult wanneer er sprake is van een aantoonbare meeractiviteit die door de NZa als declarabele verrichting is vastgesteld — denk aan een consult buiten kantooruren, een telefonisch consult of een specifieke behandeling die losstaat van het basiscontact. De sleutel is altijd dat de meeractiviteit daadwerkelijk is geleverd, correct is geregistreerd en voldoet aan de geldende NZa-tariefbeschikking. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over toeslagen, veelgemaakte fouten en hoe je declaraties structureel op orde brengt.
Welke toeslagen mag een huisarts bovenop een consult declareren?
Een huisarts mag toeslagen declareren voor specifieke situaties die de NZa afzonderlijk heeft gedefinieerd en getarifeerd. De meest voorkomende zijn de toeslag voor avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW), de toeslag voor een visite aan huis, de toeslag voor een telefonisch of digitaal consult in bepaalde contexten, en toeslagen die horen bij specifieke programmatische zorg zoals ketenzorg of M&I-verrichtingen. Elke toeslag heeft een eigen prestatiecode en een eigen set voorwaarden.
Belangrijk is dat een toeslag geen vrije keuze is maar een gedefinieerde prestatie. De NZa beschrijft per code precies aan welke criteria het contact moet voldoen voordat de toeslag declarabel is. Een avondconsult op de eigen praktijk valt bijvoorbeeld onder een andere code dan een visite bij een patiënt thuis buiten kantooruren. Wie de training Optimaal Declareren volgt, leert precies welke codes in welke situatie van toepassing zijn en hoe die in het HIS correct worden vastgelegd.
Naast de ANW-toeslagen bestaan er ook toeslagen die samenhangen met de complexiteit of duur van een consult. Sommige praktijken zijn onbekend met deze mogelijkheden, waardoor legitieme inkomsten structureel niet worden gedeclareerd. Dat is geen fraude in omgekeerde richting, maar wel verlies van rechtmatige vergoeding.
Wanneer is een toeslag declarabel en wanneer niet?
Een toeslag is declarabel wanneer aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan: de prestatie is feitelijk geleverd, de situatie valt binnen de NZa-definitie van die specifieke prestatiecode, en de registratie in het HIS is volledig en tijdig. Ontbreekt één van deze drie, dan is de toeslag niet declarabel — ook niet als de zorg inhoudelijk is geleverd.
Een concreet voorbeeld: een visite-toeslag mag je declareren als de huisarts daadwerkelijk naar de patiënt is gereden en dit als visite is geregistreerd. Bel je de patiënt eerst en rijd je daarna toch, dan gelden andere codes. Declareer je de visite zonder dat er een huisbezoek heeft plaatsgevonden, dan overschrijd je de grenzen van rechtmatig declareren. Ord’us hanteert als kernprincipe dat optimaal declareren nooit hetzelfde is als maximaal declareren: het gaat om volledig en correct, nooit meer dan is toegestaan.
Situaties waarin een toeslag niet declarabel is, zijn onder meer:
- Telefonisch contact dat valt binnen de reguliere triagefunctie van de assistente, zonder medische beoordeling door de huisarts
- Een herhaalrecept zonder inhoudelijk consult
- Administratieve handelingen die geen zorgprestatie vormen
- Contacten waarbij de registratie ontbreekt of onvoldoende is om de prestatie te onderbouwen
Wat is het verschil tussen een toeslag en een aparte verrichting?
Een toeslag is een opslag op een bestaande prestatie en kan alleen in combinatie met die basisverrichting worden gedeclareerd. Een aparte verrichting staat op zichzelf en is declarabel ongeacht of er ook een consult plaatsvindt. Dit onderscheid is cruciaal, omdat een foutieve combinatie van codes leidt tot onjuiste declaraties die bij controle door de zorgverzekeraar worden teruggevorderd.
De toeslag voor een ANW-consult is een klassiek voorbeeld van een opslag: hij verhoogt de vergoeding voor een consult dat al gedeclareerd wordt, maar bestaat niet zonder dat basiscontact. Een kleine chirurgische ingreep zoals een wrattenbehandeling of een hechting is daarentegen een zelfstandige verrichting met een eigen tarief, die naast het consult gedeclareerd mag worden mits ook het consult heeft plaatsgevonden en aan de voorwaarden is voldaan.
Het praktische gevolg: bij toeslagen controleer je altijd of de basiscode correct is ingevoerd. Bij verrichtingen controleer je of de verrichting zelf voldoet aan de indicatie- en uitvoeringscriteria van de NZa. Beide vragen vereisen kennis van de codes én van de klinische context — precies de combinatie die in veel praktijken niet structureel aanwezig is.
Welke fouten maken praktijken het vaakst bij het declareren van toeslagen?
De meest voorkomende fout is het niet declareren van een toeslag die wel degelijk declarabel was — niet uit onwil, maar uit onbekendheid of onduidelijke taakverdeling. Daarnaast worden toeslagen soms verkeerd gecombineerd, te laat geregistreerd of juist toegepast in situaties die niet aan de NZa-voorwaarden voldoen. Elk van deze fouten heeft financiële of compliancegevolgen.
De vier meest geobserveerde fouten in de praktijk zijn:
- Gemiste ANW-toeslagen: avond- en weekendcontacten worden geregistreerd als regulier consult zonder de bijbehorende toeslag toe te voegen.
- Onjuiste code bij telefonisch contact: de grens tussen een triage-gesprek en een medisch telefonisch consult wordt niet consequent bewaakt, waardoor óf te weinig óf te veel wordt gedeclareerd.
- Visite zonder volledige registratie: het huisbezoek is gemaakt maar niet als visite vastgelegd, waardoor de toeslag niet declarabel is bij controle.
- Kennis zit bij één persoon: als de assistente die de declaraties beheert uitvalt of vertrekt, valt de kennis over correcte codering weg. Er zijn geen geborgde afspraken.
Dit laatste punt is structureel: billing-kennis die in één hoofd zit, is kwetsbaar. Ord’us ziet dit in vrijwel elke praktijk die voor het eerst een training volgt. De oplossing is niet meer kennis bij één persoon, maar gedeelde kennis in het hele team.
Hoe zorg je dat toeslagen structureel en correct worden geregistreerd?
Structureel correcte registratie van toeslagen vereist drie dingen: een gedeeld kennisniveau in het team, heldere interne afspraken over wie wat registreert op welk moment, en een periodieke controle om te toetsen of de afspraken in de praktijk worden nageleefd. Zonder alle drie blijft verbetering tijdelijk.
Kennis alleen is niet voldoende. Veel praktijken weten in theorie welke toeslagen bestaan, maar missen de dagelijkse routine om ze consequent toe te passen. Dat is een gedragsvraagstuk, geen kennistekort. De training Optimaal Declareren van Ord’us richt zich daarom op het hele team — huisarts, assistente, POH en praktijkmanager — en vertaalt kennis naar concrete werkafspraken die de volgende werkdag al toepasbaar zijn.
Praktisch gezien helpen de volgende stappen:
- Leg per contactsoort (consult, visite, telefonisch, digitaal) vast welke codes en toeslagen standaard van toepassing zijn en wie de verantwoordelijkheid draagt voor de registratie.
- Bouw een vaste controleslag in, bijvoorbeeld wekelijks of maandelijks, waarbij een steekproef van declaraties wordt getoetst op volledigheid.
- Zorg dat nieuwe medewerkers bij indiensttreding direct worden ingewerkt op de declaratieafspraken — niet pas als er iets misgaat.
- Gebruik de online leeromgeving of terugkerende casuïstiek om kennis levend te houden, zodat afspraken niet verworden tot vergeten protocollen.
De financiële impact van structureel correct declareren is concreet. Praktijken laten gemiddeld tienduizenden euro’s per jaar liggen aan rechtmatige inkomsten. Wil je weten wat er bij jouw praktijk te halen valt, dan geeft de rendementstest van Ord’us daar een concreet bedrag op — zonder dat je daarvoor zelf in de codes hoeft te duiken.