M&I-verrichtingen zijn specifieke medische handelingen die een huisarts bovenop het reguliere consulttarief mag declareren, omdat ze extra tijd, expertise of materiaalkosten met zich meebrengen. De declaratieruimte is concreet: elke verrichting heeft een eigen NZa-prestatiecode met bijbehorende voorwaarden waaraan de levering aantoonbaar moet voldoen. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over M&I-verrichtingen, van definitie tot registratie en risicobeheer.
Welke verrichtingen vallen onder M&I?
M&I staat voor Modernisering en Innovatie en omvat een brede verzameling medische handelingen die huisartsen zelf uitvoeren en los van het consult mogen declareren. Denk aan kleine chirurgische ingrepen, diagnostische verrichtingen en specifieke behandelingen die normaal gesproken door een specialist worden uitgevoerd, maar in de huisartsenpraktijk plaatsvinden.
Concrete voorbeelden van M&I-verrichtingen zijn:
- Hechten van wonden
- Verwijderen van naevi, fibromen of atheroomcysten
- Gewrichtsinjecties
- Plaatsen of verwijderen van een IUD
- Spirometrie en longfunctieonderzoek
- Enkel-armindex (Doppleronderzoek)
De volledige lijst van erkende M&I-prestaties staat in de NZa-tariefbeschikking voor huisartsenzorg. Elke prestatie heeft een eigen code en een vastgesteld maximumtarief. Niet elke praktijk voert alle verrichtingen uit, maar de meeste praktijken voeren er meer uit dan ze declareren.
Wanneer mag een huisarts een M&I-verrichting declareren?
Vragen over declareren?
Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.
| π Bellen | βοΈ Mailen |
Een huisarts mag een M&I-verrichting declareren op het moment dat de verrichting daadwerkelijk en volledig is uitgevoerd, dat een bevoegd praktijklid de handeling heeft verricht, en dat de prestatie voldoet aan de NZa-omschrijving van die specifieke code. Wat daadwerkelijk is uitgevoerd, is bepalend voor de declaratie β niet de intentie, de voorbereiding of de geplande handeling.
Drie voorwaarden bepalen de declaratiebevoegdheid:
- Uitvoering door de juiste zorgverlener: Verrichtingen kunnen worden uitgevoerd door de huisarts, maar ook door een doktersassistente, POH, praktijkverpleegkundige of physician assistant (PA), mits dit past binnen de gemaakte afspraken en de betreffende zorgverlener daarvoor bevoegd en bekwaam is.
- Aantoonbare registratie in het HIS: De verrichting moet traceerbaar zijn in het huisartsinformatiesysteem. Ontbreekt de registratie, dan ontbreekt de declaratiebasis.
- Geen dubbele declaratie: Een M&I-verrichting die al onderdeel uitmaakt van een ketenzorgprogramma of een andere prestatie mag niet nogmaals afzonderlijk worden gedeclareerd.
Het principe dat Ord’us hanteert is helder: optimaal declareren betekent alles declareren wat rechtmatig is geleverd, nooit meer en nooit structureel minder. Dat onderscheid beschermt de praktijk bij een controle.
Welke M&I-codes worden het vaakst verkeerd of niet gedeclareerd?
De meest gemiste M&I-codes zijn ingrepen die routinematig worden uitgevoerd, maar als “gewoon werk” worden beschouwd en daardoor niet apart worden geregistreerd. Verrichtingen die gemakkelijk worden gemist, zijn handelingen die in de dagelijkse praktijk zo vanzelfsprekend zijn geworden dat niet altijd wordt herkend dat ze afzonderlijk declarabel zijn. Denk bijvoorbeeld aan chirurgische ingrepen zoals het verwijderen van bepaalde huidaandoeningen, gewrichtsinjecties en het plaatsen of verwijderen van een spiraal.
Juist wanneer zo’n verrichting tijdens of aansluitend aan een consult plaatsvindt, bestaat het risico dat alleen het consult wordt geregistreerd en de verrichting wordt vergeten.
Verkeerde declaraties komen het vaakst voor bij:
- Combinaties van consult en verrichting: Assistentes boeken de verrichting niet apart omdat het consult al geregistreerd staat, terwijl beide codes naast elkaar mogen bestaan.
- Onduidelijkheid over de juiste code: Meerdere codes lijken op elkaar, bijvoorbeeld bij verschillende soorten wondbehandelingen. De verkeerde code kiezen leidt tot onderbetaling of terugvordering.
- Vergeten IUD-plaatsingen en -verwijderingen: Dit zijn relatief hoog gewaardeerde verrichtingen die in de dagelijkse drukte regelmatig niet worden doorgegeven aan de declarerende medewerker.
- Longfunctieonderzoek binnen de COPD-ketenzorg: Spirometrie die wordt uitgevoerd als onderdeel van de COPD-ketenzorg mag niet afzonderlijk worden gedeclareerd, omdat deze zorg al is opgenomen in de ketenzorgvergoeding.
Juist deze patronen zijn het onderwerp van de training Optimaal Declareren van Ord’us, waarbij het team leert welke verrichtingen ze dagelijks uitvoeren maar niet claimen.
Wat is het verschil tussen een M&I-verrichting en een consult?
Een consult is de vergoeding voor de tijd en aandacht van de huisarts tijdens een contactmoment, ongeacht wat er besproken wordt. Een M&I-verrichting is de vergoeding voor een specifieke medische handeling die tijdens of buiten dat contactmoment daadwerkelijk is uitgevoerd. Het verschil zit in de aard van de prestatie: tijd versus handeling.
In de praktijk betekent dit dat een consult en een M&I-verrichting op dezelfde dag voor dezelfde patiΓ«nt naast elkaar mogen worden gedeclareerd, mits beide prestaties daadwerkelijk zijn geleverd. Een patiΓ«nt die komt voor een wondcontrole waarbij ook gehecht wordt, genereert zowel een consulttarief als een hechtingscode.
Dit is een van de meest voorkomende misverstanden in de praktijk: medewerkers denken dat ze moeten kiezen tussen een consult en een verrichting. Dat is onjuist. De NZa-systematiek is opgebouwd om beide afzonderlijk te vergoeden, precies omdat de extra handeling extra kosten en tijd met zich meebrengt die het consulttarief niet dekt.
Hoe registreer je M&I-verrichtingen correct in het HIS?
Een M&I-verrichting registreer je correct in het HIS door de NZa-prestatiecode direct te koppelen aan het contactmoment waarop de verrichting is uitgevoerd, met de juiste datum, de uitvoerende zorgverlener en een korte omschrijving die de handeling identificeerbaar maakt. De code moet overeenkomen met wat er feitelijk is gedaan.
De meest gemaakte registratiefouten zijn:
- De verrichting wel uitvoeren maar vergeten te registreren omdat het consult al is afgesloten
- De verkeerde prestatiecode kiezen uit een keuzelijst met vergelijkbare omschrijvingen
- De verrichting registreren op de naam van de huisarts terwijl een andere bevoegde zorgverlener β zoals een POH, doktersassistente of PA β de handeling uitvoerde, of omgekeerd
- De verrichting niet duidelijk vastleggen bij de bijbehorende klacht, diagnose of episode in het dossier
Een praktisch hulpmiddel is een interne afsprakenlijst die per type verrichting vastlegt wie registreert, op welk moment en in welk veld van het HIS. Zonder die structuur is de kwaliteit van de registratie afhankelijk van de individuele medewerker die op dat moment dienst heeft. Valt die medewerker weg, dan valt de kennis weg. Ord’us helpt praktijken bij het vastleggen van precies dit soort interne declaratieafspraken als onderdeel van de teamtraining.
Wat zijn de risico’s van onjuiste M&I-declaraties?
Vragen over declareren?
Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.
| π Bellen | βοΈ Mailen |
De risico’s van onjuiste M&I-declaraties zijn tweeledig: te weinig declareren kost de praktijk structureel rechtmatige inkomsten, terwijl te veel of foutief declareren leidt tot terugvorderingen door de zorgverzekeraar, boetes en reputatieschade. Beide fouten zijn vermijdbaar met de juiste kennis en teamafspraken.
Risico van onderdeclaratie
Onderdeclaratie is financieel de meest voorkomende schade. Praktijken laten door gemiste M&I-codes jaarlijks aanzienlijke bedragen aan rechtmatige vergoeding liggen. Dit is geen kwestie van fraude of slecht werk, maar van onbewuste patronen: verrichtingen die als vanzelfsprekend worden gezien, niet apart worden geregistreerd en daardoor nooit worden gedeclareerd.
Risico van onjuiste of dubbele declaratie
Foutieve declaraties β zoals het gebruik van een onjuiste prestatiecode of het afzonderlijk declareren van een verrichting die al is opgenomen in een ketenzorgprestatie β kunnen bij een controle door de zorgverzekeraar leiden tot terugvordering van het uitgekeerde bedrag, soms met rente of boete. De NZa en zorgverzekeraars voeren steekproefsgewijze controles uit, en een patroon van onjuiste declaraties kan aanleiding geven tot een uitgebreider onderzoek.
De beste bescherming tegen beide risico’s is een team dat weet wat mag, wat niet mag en waarom. Wil je weten wat jouw praktijk nu laat liggen? Via Ord’us breng je met de rendementstest snel in beeld hoeveel rechtmatige declaratieruimte er onbenut blijft, zonder dat je daar zelf uren in hoeft te steken.