Wat zijn de NZa-regels voor declareren als huisarts? - Ord'us
Contact

Wat zijn de NZa-regels voor declareren als huisarts?

Bart Β·
Praktijkmanager van een huisartsenpraktijk bekijkt een factuuroverzicht aan een houten bureau met stethoscoop en kamerplantje.

De NZa stelt de tarieven en prestatiecodes vast die huisartsen mogen declareren bij zorgverzekeraars. Voor elke verrichting gelden specifieke voorwaarden: wie de zorg levert, aan wie, in welke setting en onder welke omstandigheden. De regels zijn vastgelegd in de beleidsregels van de Nederlandse Zorgautoriteit en worden jaarlijks bijgesteld. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over declaratieregels voor huisartsen, van de basiscodes tot het verschil met de LHV-richtlijnen en de gevolgen van fouten.

Welke codes mag een huisarts declareren bij de zorgverzekeraar?

Een huisarts mag declareren via drie hoofdsegmenten: inschrijftarieven (abonnementstarieven per verzekerde), consulttarieven voor geleverde contactmomenten, en verrichtingentarieven voor specifieke handelingen of programma’s. Welke codes van toepassing zijn, hangt af van wat er daadwerkelijk geleverd is, door wie en in welke context.

De bekendste codes zijn de consulttarieven voor het face-to-facecontact, het telefonisch consult en het herhaalrecept. Daarnaast bestaat er een uitgebreide lijst van zogenoemde verrichtingen: kleine chirurgische ingrepen, spiraalplaatsingen, ooruitspuitingen en meer. Voor chronische zorg zijn er aparte ketenzorgprogramma’s, zoals voor diabetes type 2 en COPD, die via de zorggroep worden gedeclareerd.

Wat veel praktijken missen, zijn de M&I-verrichtingen (modernisering en innovatie): aanvullende codes voor consulten die meer tijd of een specifieke aanpak vragen, zoals een bevolkingsonderzoeksgesprek of een uitgebreide probleemanalyse. Deze codes zijn volledig legitiem, maar worden structureel te weinig ingezet omdat het team ze niet herkent of niet weet wanneer ze van toepassing zijn. Via de training Optimaal Declareren worden precies deze gemiste kansen zichtbaar gemaakt.

Wat bepaalt de NZa over wanneer een prestatie declarabel is?

πŸ’¬

Vragen over declareren?

Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.

πŸ“ž Bellen βœ‰οΈ Mailen

Volgens de NZa is een prestatie declarabel wanneer de zorg daadwerkelijk is geleverd, voldoet aan de omschrijving van de prestatiecode en is uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een bevoegde zorgverlener. De zorg moet bovendien zijn geregistreerd in het patiΓ«ntendossier.

Drie voorwaarden staan centraal in de NZa-beleidsregels:

  • Geleverd zijn: de prestatie moet feitelijk hebben plaatsgevonden. Een geplande maar niet uitgevoerde handeling is niet declarabel.
  • Gedocumenteerd zijn: de registratie in het HIS (huisartsinformatiesysteem) is het bewijs. Ontbreekt de aantekening, dan ontbreekt ook de grondslag.
  • Uitgevoerd door een bevoegde zorgverlener: sommige prestaties mogen alleen door de huisarts worden gedeclareerd, andere mogen door een POH of doktersassistente worden uitgevoerd, mits onder supervisie.

Dit laatste punt is een veelvoorkomende bron van onzekerheid. Wat mag een doktersassistente declareren? Triagegesprekken en herhaalrecepten vallen doorgaans binnen haar takenpakket, maar voor specifieke verrichtingen gelden strikte bevoegdheidsregels. Onduidelijkheid hierover leidt zowel tot gemiste declaraties als tot het risico op onjuiste claims.

Hoe verschilt declareren in de avond-nacht-weekenddienst van reguliere uren?

Zorg geleverd buiten kantooruren, dus in de avond, nacht of in het weekend, valt onder de huisartsenpost (HAP) en kent eigen prestatiecodes en tarieven. Deze zijn structureel hoger dan de reguliere consulttarieven, omdat de beschikbaarheid en organisatiekosten zwaarder wegen. Een huisarts die zowel in de eigen praktijk als op de HAP werkt, declareert via twee gescheiden systemen.

In de eigen praktijk gelden de reguliere NZa-tarieven voor consulten en verrichtingen tijdens openingstijden. Spoedcontacten binnen kantooruren worden gedeclareerd via de reguliere consulttarieven, eventueel aangevuld met een spoedtoeslag als aan de voorwaarden is voldaan. Op de HAP worden consulten, visites en telefonische adviezen apart geregistreerd en gedeclareerd via de regionale zorggroep of HAP-organisatie.

Praktijkhoudende huisartsen die ook HAP-diensten draaien, moeten goed onderscheid maken tussen wat zij als solopraktijk declareren en wat via de HAP loopt. Verwarring tussen deze stromen is een bekende oorzaak van declaratiefouten en kan leiden tot dubbele declaraties, wat een zorgverzekeraar direct signaleert bij controle.

Wat zijn de meest gemaakte declaratiefouten onder de NZa-regels?

De meest voorkomende declaratiefouten bij huisartsenpraktijken zijn niet het gevolg van kwade opzet, maar van ingesleten routines, kennishiaten en onduidelijke taakverdeling binnen het team. Verkeerd declareren als huisarts begint bijna altijd bij een aanname: “dat doen we toch altijd zo.”

De fouten die het vaakst voorkomen:

  • Niet declareren van telefonische consulten: veel praktijken declareren telefonische contacten niet of slechts gedeeltelijk, terwijl een volwaardig telefonisch consult declarabel is als het voldoet aan de inhoudelijke criteria.
  • Vergeten M&I-verrichtingen: uitgebreide of specifieke consulten die recht geven op een aanvullende code worden niet herkend en daardoor gemist.
  • Onjuiste code bij dubbele problematiek: wanneer tijdens één consult meerdere problemen worden besproken, wordt soms de verkeerde of een te lage code geregistreerd.
  • Geen declaratie bij herhaalrecepten met beoordeling: een herhaalrecept waarbij de assistente actief beoordeelt en een klinische afweging maakt, kan anders worden gedeclareerd dan een puur administratief herhaalrecept.
  • Niet bijhouden van nieuwe tarieven: de NZa past tarieven jaarlijks aan. In 2026 zijn er opnieuw wijzigingen doorgevoerd die niet altijd automatisch in het HIS worden verwerkt.

Wat al deze fouten gemeen hebben: ze zijn onzichtbaar zolang niemand er actief naar kijkt. Bij Ord’us begint elke training daarom met een meting van het huidige kennisniveau, zodat precies duidelijk wordt waar de lacunes zitten in een specifieke praktijk.

Wat is het verschil tussen een NZa-tarief en een LHV-richtlijn voor declareren?

πŸ’¬

Vragen over declareren?

Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.

πŸ“ž Bellen βœ‰οΈ Mailen

De NZa stelt de officiΓ«le prestatiecodes en maximumtarieven vast die wettelijk van kracht zijn. De LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging) publiceert aanvullende richtlijnen en adviezen die helpen bij de interpretatie en toepassing van die codes in de dagelijkse praktijk. De NZa-regels zijn bindend; de LHV-richtlijnen zijn ondersteunend en interpretatief.

In de praktijk vullen beide elkaar aan. De NZa beschrijft de formele kaders: wat is een prestatie, wat zijn de voorwaarden, wat is het maximumtarief. De LHV vertaalt dit naar praktische handvatten: wanneer mag ik dit consult declareren, hoe documenteer ik dit correct, wat zijn gebruikelijke situaties waarin een bepaalde code van toepassing is.

Voor praktijkhoudende huisartsen is het belangrijk beide te kennen. Wie alleen op de NZa-tekst afgaat, mist soms de praktische nuance. Wie alleen de LHV-adviezen volgt zonder de NZa-grondslag te begrijpen, kan onbedoeld buiten de formele kaders treden. Correcte declaraties zijn altijd gebaseerd op de NZa-beleidsregel als fundament, met de LHV-richtlijn als praktische leidraad.

Hoe controleert een zorgverzekeraar of een huisarts correct declareert?

Zorgverzekeraars controleren declaraties via materiΓ«le controle en formele controle. Bij formele controle wordt getoetst of de declaratie voldoet aan de administratieve vereisten: juiste code, juiste tarief, juiste patiΓ«ntgegevens. Bij materiΓ«le controle wordt inhoudelijk getoetst of de gedeclareerde zorg ook daadwerkelijk en rechtmatig is geleverd. Dit laatste kan inzage in het medisch dossier vereisen.

MateriΓ«le controle vindt doorgaans steekproefsgewijs plaats, maar kan ook worden getriggerd door opvallende patronen in de declaratiedata. Een praktijk die structureel afwijkt van vergelijkbare praktijken in dezelfde regio, of waarbij bepaalde codes opeens sterk stijgen, kan worden uitgenodigd voor een nadere toelichting.

De gevolgen van verkeerd declareren kunnen serieus zijn. Bij onterechte declaraties volgt terugvordering, soms met rente. In ernstige gevallen kan sprake zijn van fraude, met juridische consequenties. Maar ook structureel te weinig declareren is een signaal: het kan wijzen op ondoelmatige zorg of registratieproblemen, wat eveneens aandacht van de verzekeraar kan trekken.

De beste bescherming tegen controle is niet voorzichtigheid, maar correctheid. Een praktijk die weet wat ze levert, dit goed registreert en declareert binnen de NZa-kaders, hoeft geen controle te vrezen. De training Optimaal Declareren van Ord’us is erop gericht precies dat te bereiken: niet minder declareren uit angst, maar correct declareren met vertrouwen. Zo ontstaat de gemoedsrust dat alles klopt, voor het hele team, elke dag.

Wil je weten hoeveel rechtmatige inkomsten jouw praktijk nu laat liggen? Via de rendementstest van Ord’us wordt dat inzichtelijk gemaakt, concreet en zonder verplichtingen.

Gerelateerde artikelen