Hoeveel mag een huisarts vragen? - Ord'us
Contact

Hoeveel mag een huisarts vragen?

Bart Β·
Houten huisartsenbalie met stethoscoop, patiΓ«ntverklaringsformulieren en euromunten in warm klinieklight.

Een huisarts mag in Nederland geen vrije tarieven hanteren. De tarieven die een huisarts in rekening mag brengen, worden jaarlijks vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en gelden als maximumtarieven. Wat een praktijk feitelijk ontvangt, hangt af van de contracten met zorgverzekeraars en van welke verrichtingen correct worden gedeclareerd. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over huisartsentarieven, declaratierechten en de meest voorkomende oorzaken van gemiste omzet.

Hoe worden huisartsentarieven in Nederland vastgesteld?

Huisartsentarieven worden vastgesteld door de NZa op basis van een kostenonderzoek onder praktijken. De NZa bepaalt maximumtarieven per prestatiecode. Zorgverzekeraars onderhandelen vervolgens met huisartsen over het daadwerkelijk te betalen tarief, dat gelijk is aan of lager ligt dan het NZa-maximum. Gecontracteerde praktijken ontvangen het contracttarief; ongecontracteerde praktijken declareren het NZa-maximumtarief, maar patiΓ«nten kunnen dan een eigen bijdrage verschuldigd zijn.

De tarieven worden elk jaar per 1 januari geactualiseerd. Voor 2026 gelden opnieuw herziene bedragen per segment, inclusief het inschrijftarief, consulttarieven en verrichtingentarieven. De LHV publiceert de actuele tarieven en ondersteunt praktijkhouders bij de interpretatie van NZa-regelgeving. Wie de tarieven niet actief bijhoudt, declareert onbewust verouderde bedragen of mist nieuwe prestatiemogelijkheden.

Wat is het verschil tussen het inschrijftarief en het consulttarief?

πŸ’¬

Vragen over declareren?

Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.

πŸ“ž Bellen βœ‰οΈ Mailen

Het inschrijftarief is een vast bedrag per ingeschreven patiΓ«nt per jaar, ongeacht het aantal contactmomenten. Het consulttarief is een prestatiebedrag dat per individueel consult wordt gedeclareerd, bovenop het inschrijftarief. Samen vormen deze twee segmenten de financiΓ«le basis van elke huisartsenpraktijk.

Het inschrijftarief compenseert de beschikbaarheid van de praktijk: de infrastructuur, het personeel en de bereikbaarheid. Het consulttarief vergoedt de directe zorgverlening per contactmoment, of dat nu een face-to-facecontact, een telefonisch consult of een e-consult is. Elk contacttype heeft een eigen prestatiecode met een bijbehorend tarief. Een telefonisch consult declareert een andere code dan een regulier consult, en een herhaalrecept zonder contact valt weer in een andere categorie. Bepalend voor de declaratie is uitsluitend wat daadwerkelijk is uitgevoerd β€” niet wat gepland stond of voorbereid werd. Wie contacttypen door elkaar gebruikt of niet volledig registreert wat er werkelijk heeft plaatsgevonden, laat structureel geld liggen.

Welke verrichtingen mag een huisarts apart declareren?

Naast het inschrijftarief en het consulttarief mogen een reeks aanvullende verrichtingen apart worden gedeclareerd. Dit zijn prestaties die buiten de reguliere huisartsenzorg vallen en een eigen prestatiecode hebben binnen de NZa-tariefstructuur. Voorbeelden zijn kleine chirurgische ingrepen, uitstrijkjes, oorspuitingen, het plaatsen van een IUD, de Enkel-armindex (Doppleronderzoek), rijbewijskeuringen en diverse attesten. Deze verrichtingen kunnen worden uitgevoerd door de huisarts, maar ook door een doktersassistente, praktijkverpleegkundige of physician assistant (PA), mits dit past binnen de gemaakte afspraken en de betreffende zorgverlener bevoegd en bekwaam is.

Daarnaast bestaan er M&I-prestaties (modules en integrale bekostiging) voor chronische zorg, zoals diabetes mellitus type 2, COPD en hartfalen. Deze worden per kwartaal of per jaar gedeclareerd via ketenzorgprogramma’s en vragen een nauwkeurige registratie van daadwerkelijk geleverde zorg. Belangrijk hierbij is dat zorg die al onderdeel is van de ketenzorgvergoeding niet afzonderlijk mag worden gedeclareerd. Voor longfunctieonderzoek geldt specifiek dat dit binnen de COPD-ketenzorg niet apart mag worden gedeclareerd. Ook avond-, nacht- en weekenddiensten, visites aan huis en palliatieve zorg kennen eigen prestatiecodes.

Veel praktijken declareren deze verrichtingen onvolledig, niet omdat ze de zorg niet leveren, maar omdat wat daadwerkelijk is uitgevoerd niet consequent wordt gekoppeld aan de juiste prestatiecode. Precies daar zit het grootste verlies aan rechtmatige inkomsten.

Wat mag een huisarts niet in rekening brengen bij de patiΓ«nt?

Een huisarts mag geen eigen bijdrage of extra kosten in rekening brengen bij de patiΓ«nt voor zorg die valt onder de basisverzekering. Reguliere consulten, telefonische contacten, herhaalrecepten en verwijzingen zijn volledig gedekt via het inschrijftarief en het consulttarief. De patiΓ«nt betaalt hiervoor niets direct aan de praktijk.

Wat wel in rekening gebracht mag worden, zijn diensten die buiten de basisverzekering vallen. Denk aan rijbewijskeuringen, sportmedische keuringen, bepaalde attesten voor werkgevers of verzekeraars, en cosmetische ingrepen. Voor deze diensten stelt de NZa geen maximumtarief vast; de praktijk bepaalt zelf een redelijk tarief en communiceert dit vooraf aan de patiΓ«nt.

Het in rekening brengen van kosten voor zorg die al vergoed wordt via het inschrijftarief is niet toegestaan en kan leiden tot terugvordering door de zorgverzekeraar. Onduidelijkheid over dit onderscheid is een veelvoorkomende bron van onzekerheid in praktijken.

Waarom lopen huisartsenpraktijken inkomsten mis zonder het te weten?

Praktijken missen inkomsten omdat declareren grotendeels op routine en aannames draait, niet op systematische controle. De meest voorkomende oorzaak is dat medewerkers niet weten welke verrichtingen declareerbaar zijn, welke codes van toepassing zijn, of wie verantwoordelijk is voor de registratie van wat daadwerkelijk is uitgevoerd. Die onduidelijkheid leidt tot structurele onderregistratie.

Een tweede oorzaak is kennisconcentratie: als één medewerker de declaratiekennis in huis heeft en die medewerker wegvalt, verdwijnt de kennis mee. Een derde oorzaak is dat de dagelijkse druk van een drukke praktijk geen ruimte laat voor reflectie op wat er gemist wordt. Wat niet zichtbaar is, wordt niet gecorrigeerd.

De financiΓ«le impact is concreet. Praktijken laten gemiddeld tienduizenden euro’s per jaar aan rechtmatige inkomsten liggen, simpelweg doordat niet alles wat daadwerkelijk is uitgevoerd ook daadwerkelijk wordt gedeclareerd. Ord’us maakt dit verlies zichtbaar via een rendementstest die een concreet bedrag aan gemiste declaraties berekent op basis van de eigen praktijkgegevens. Dat geeft de praktijkhouder voor het eerst grip op wat er feitelijk aan de hand is.

Hoe controleer je of jouw praktijk correct en volledig declareert?

πŸ’¬

Vragen over declareren?

Bart denkt graag met jouw praktijk mee. Neem gerust contact op.

πŸ“ž Bellen βœ‰οΈ Mailen

De eerste stap is een systematische vergelijking tussen daadwerkelijk geleverde zorg en gedeclareerde prestaties. Dat betekent: welke verrichtingen worden structureel uitgevoerd in de praktijk, en worden die allemaal consequent gekoppeld aan de juiste NZa-prestatiecode en afzonderlijk gedeclareerd waar dat is toegestaan? Discrepanties tussen zorgregistratie en declaratieoverzichten wijzen op structurele missers.

Concrete controlepunten zijn:

  • Worden alle contacttypen (telefonisch, e-consult, visite) op basis van wat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden met de juiste code gedeclareerd?
  • Worden kleine chirurgische ingrepen en verrichtingen die daadwerkelijk zijn uitgevoerd consistent apart gedeclareerd, voor zover ze niet al onderdeel zijn van een ketenzorgvergoeding?
  • Zijn de M&I-prestaties voor chronische zorgprogramma’s volledig en tijdig ingediend, zonder dat zorg die al onder de ketenzorgvergoeding valt dubbel wordt gedeclareerd?
  • Zijn interne afspraken over wie welke uitgevoerde zorg declareert schriftelijk vastgelegd en bekend bij het hele team?
  • Worden nieuwe NZa-tarieven en prestatiecodes elk jaar actief bijgehouden?

Een interne audit op deze punten geeft al snel een beeld van waar kennis of routine ontbreekt. De uitdaging is dat de meeste praktijken niet weten wat ze niet weten: onbewuste missers zijn per definitie onzichtbaar totdat iemand van buitenaf ernaar kijkt.

De training Optimaal Declareren van Ord’us is specifiek ontwikkeld voor dit probleem. De training vindt altijd plaats op de eigen locatie, met het hele team, en begint met een toets van het huidige kennisniveau. Vervolgens worden onbewust gemiste verrichtingen, codes en M&I-mogelijkheden zichtbaar gemaakt en omgezet in concrete interne afspraken. Via een online leeromgeving blijft de kennis daarna levend door wekelijkse leermomenten en casussen. Het resultaat is geen eenmalige verbetering, maar een structureel correcte declaratieroutine die niet afhankelijk is van één persoon. Wil je eerst weten wat er bij jouw praktijk te halen valt, bekijk dan de rendementstest om een concreet bedrag op tafel te krijgen.

Gerelateerde artikelen