Een consult vindt plaats op de praktijk; een visite vindt plaats op de locatie van de patiënt, meestal thuis. Dit onderscheid bepaalt welke prestatiecode een huisarts mag declareren en tegen welk tarief. De NZa hanteert aparte codes voor beide contactvormen, en de keuze voor de verkeerde code is een van de meest voorkomende declaratiefouten in de huisartspraktijk. In dit artikel worden de zes meest gestelde vragen over visite-declaraties direct beantwoord.
Wanneer mag een huisarts een visite in rekening brengen?
Een huisarts mag een visite declareren wanneer het consult plaatsvindt buiten de praktijk, op de locatie van de patiënt. Dat is doorgaans de thuissituatie, maar ook een verpleeghuis, verzorgingshuis of andere verblijfslocatie valt hieronder, mits de huisarts de patiënt daar fysiek bezoekt. Het is het fysieke verplaatsen naar de patiënt dat de visite onderscheidt van het consult.
Telefonisch contact, videoconsulten of andere vormen van digitale zorg vallen nooit onder de visitescode, ongeacht de reden van contact of de complexiteit van de zorgvraag. De locatie is het doorslaggevende criterium, niet de urgentie of de duur van het contact.
Een visite op verzoek van de patiënt of diens omgeving en een visite op medische indicatie van de huisarts zelf worden beide op dezelfde manier gedeclareerd. De NZa maakt in de tariefstructuur geen onderscheid naar de aanleiding van het bezoek, alleen naar het type contact en het moment van de dag waarop het plaatsvindt.
Wat zijn de tariefverschillen tussen een consult en een visite?
Een visite kent een hoger tarief dan een consult. Dat is logisch: de zorg wordt buiten de praktijk geleverd en vraagt meer organisatie, verplaatsing en tijd.
In 2026 ligt het NZa-maximumtarief voor een reguliere visite structureel hoger dan voor een regulier consult. Daarbij maakt ook de duur van het zorginhoudelijke contact verschil. Een kort regulier consult, een consult vanaf 5 minuten, een lang consult, een reguliere visite en een visite van 20 minuten of langer hebben ieder hun eigen tarief.
Let wel op bij avond, nacht en weekend. ANW-tarieven kun je als reguliere huisartsenpraktijk meestal niet zelf gebruiken wanneer je participeert in een huisartsendienstenstructuur of huisartsenpost. In dat geval lopen de ANW-declaraties via de dienstenstructuur.
Praktijken die visites standaard registreren als consult, laten dus geld liggen. Niet omdat ze iets extra’s zouden moeten verzinnen, maar omdat de registratie dan niet aansluit bij wat er feitelijk is geleverd: zorg bij de patient thuis.
En precies daar zitten de stille verliezen. Niet in grote fouten, maar in kleine, dagelijkse registraties die net verkeerd landen. Tijdens de training Optimaal Declareren maken we die patronen zichtbaar, zodat het team leert: juiste zorg, juiste registratie, juiste declaratie.
Hoe wordt een visite correct geregistreerd in het HIS?
Een visite wordt correct geregistreerd in het Huisarts Informatie Systeem door de juiste NZa-prestatiecode te selecteren die overeenkomt met het type visite en het tijdstip. De registratie moet de locatie van de zorg weerspiegelen, niet de zorgvraag zelf. Een foutieve contacttypering, waarbij een visite als consult wordt ingevoerd, leidt direct tot een lager tarief en een onjuiste declaratie.
De volgende stappen helpen om een visite correct te registreren:
- Kies het juiste contacttype: visite
Registreer de zorg als visite, niet als consult of telefonisch contact. Een telefonisch contact wordt in de declaratie meestal als consult verwerkt. Een visite is een aparte prestatie. - Registreer datum en tijdstip zorgvuldig
Leg vast wanneer het bezoek heeft plaatsgevonden. Dat helpt om de registratie controleerbaar te houden en voorkomt dat een bezoek later verkeerd wordt verwerkt. - Registreer de juiste contactduur
De zorginhoudelijke contacttijd bepaalt welk tarief past. Let dus goed op het verschil tussen een normale visite en een visite van 20 minuten of langer. - Koppel de juiste ICPC-code
Zorg dat de medische reden van de visite duidelijk terug te vinden is in het dossier. De declaratie moet passen bij de zorgvraag en de vastgelegde zorg. - Controleer de prestatie die het HIS klaarzet
Ga niet blind varen op de automatische keuze van het HIS. Controleer of er inderdaad een visite wordt gedeclareerd, en niet per ongeluk een consult. - Sla de registratie bewust op
Rond het contact pas af als de inhoudelijke notitie, het contacttype en de declaratie kloppen. Juist daar verdwijnen in de praktijk vaak de stille euro’s.
In de praktijk is de registratie van visites niet altijd bij dezelfde persoon belegd. Soms registreert de assistente, soms de huisarts zelf en soms controleert de praktijkmanager achteraf.
Juist die wisselende taakverdeling maakt de kans op fouten groter. Want als niet helder is wie verantwoordelijk is voor contacttype, tijdsduur, ICPC-code en declaratiecontrole, ontstaan er makkelijk verschillen tussen medewerkers.
Daarom zijn duidelijke interne afspraken noodzakelijk. Niet als extra administratie, maar als basis voor een betrouwbare visite-administratie: wie registreert, wie controleert en wat moet minimaal vastliggen?
Wat zijn de meest voorkomende declaratiefouten bij visites?
De meest voorkomende declaratiefout bij visites is het registreren van een visite als consult, waardoor het hogere visitetarief en eventuele tijdtoeslagen (indien van toepassing) niet worden gedeclareerd. Andere veelgemaakte fouten zijn het vergeten van de tijdstoeslag bij avond- of weekendvisites (indien van toepassing) en het niet koppelen van een ICPC-code aan het contactmoment.
Een overzicht van de fouten die in de praktijk het vaakst voorkomen:
- Verkeerd contacttype: visite ingevoerd als consult of telefonisch contact
- Ontbrekende tijdstoeslag: de toeslag voor avond, nacht of weekend is niet toegevoegd. Indien van toepassing.
- Geen ICPC-koppeling: de visite is niet voorzien van een medische codering, wat de declaratie kwetsbaar maakt bij controle
- Te late registratie: visites worden pas achteraf ingevoerd, waardoor tijdstip en context niet meer kloppen
- Onduidelijke taakverdeling: niemand voelt zich verantwoordelijk voor de registratie, waardoor visites volledig uit de administratie verdwijnen
Veel van deze fouten zijn geen bewuste keuzes, maar het resultaat van ingeslepen routines en aannames. Ord’us ziet bij praktijken die voor het eerst hun declaratiepatroon analyseren regelmatig dat visites structureel te laag of helemaal niet worden gedeclareerd, zonder dat het team zich daarvan bewust is.
Mag je een visite en een andere verrichting tegelijk declareren?
Ja, dat mag. Een visite en een aanvullende verrichting mogen op dezelfde dag en in dezelfde contactregel worden gedeclareerd, mits de aanvullende verrichting daadwerkelijk tijdens dat bezoek is uitgevoerd.
De visite declareer je voor het bezoek en de zorginhoudelijke beoordeling zelf. De tijd die hoort bij de aanvullende verrichting tel je daarbij niet mee voor de visite. Die verrichting declareer je apart.
Denk bijvoorbeeld aan een injectie, een chirurgische verrichting of een MMSE. Dan geldt dus: de visite voor het bezoek, en de verrichting voor de handeling die daar bovenop is uitgevoerd.
Let wel op: leg kort vast wat je hebt gedaan. Dus niet alleen “visite”, maar ook waarom je er was en welke verrichting is uitgevoerd. Dat maakt de declaratie achteraf verdedigbaar.
Beide zijn afzonderlijke prestaties met elk een eigen NZa-code.
Voorwaarden voor gecombineerde declaratie zijn:
- De verrichting is aantoonbaar uitgevoerd tijdens de visite, niet op een andere datum of locatie
- De verrichting heeft een eigen NZa-prestatiecode die los declareerbaar is naast een visite
- De registratie in het HIS koppelt beide codes aan hetzelfde contactmoment en dezelfde patiënt
- Er is geen sprake van een code die de visitekosten al omvat, waardoor dubbele declaratie zou ontstaan
Wat niet mag, is een verrichting declareren die al is inbegrepen in het visitetarief, of een verrichting opvoeren die niet tijdens het bezoek heeft plaatsgevonden. De grens tussen volledig en onjuist declareren is hier precies het punt waarop kennis van de NZa-regelgeving het verschil maakt. Bij Ord’us staat dit type situatie centraal in de training: wat mag gecombineerd, wat niet, en hoe registreer je het aantoonbaar correct.
Hoe controleert een zorgverzekeraar visite-declaraties?
Bij een controle op declaraties kijkt de zorgverzekeraar of de gedeclareerde prestatie past bij het medisch dossier en bij de zorg die feitelijk is geleverd.
Dat geldt niet alleen voor visites, maar ook voor consulten, verrichtingen en verbruiksmaterialen.
Daarbij gaat het niet alleen om de declaratiecode zelf, maar vooral om de samenhang tussen registratie en dossier. Is duidelijk welk contact heeft plaatsgevonden? Klopt het contacttype? Is de medische reden terug te vinden? En past de gedeclareerde prestatie bij wat in het dossier is vastgelegd?
Bij een controle kunnen verzekeraars de volgende elementen opvragen en beoordelen:
- Het HIS-contactmoment
Datum, tijdstip, contacttype en eventueel de contactduur. - De ICPC-code en dossiernotitie
De medische aanleiding en de inhoud van de geleverde zorg moeten terug te vinden zijn. - De onderbouwing van de prestatie
Bij een visite moet duidelijk zijn dat de zorg buiten de praktijk is geleverd. Bij een verrichting moet duidelijk zijn welke handeling is uitgevoerd. Bij verbruiksmaterialen moet duidelijk zijn dat het materiaal daadwerkelijk is gebruikt. - De samenhang tussen dossier en declaratie
Het dossier moet hetzelfde verhaal vertellen als de declaratie. Als het dossier zegt “telefonisch overleg”, maar de declaratie zegt “visite”, ontstaat er een kwetsbare situatie.
Een declaratie die niet goed wordt ondersteund door het dossier, loopt risico bij controle. Niet altijd omdat de zorg niet is geleverd, maar omdat de praktijk het achteraf onvoldoende kan aantonen.
Correct registreren is daarom geen administratieve bijzaak. Het is de basis onder een verdedigbare declaratie: wat is gedaan, waarom was het nodig, waar vond het plaats en hoe is het vastgelegd?
Praktijken die hun declaratieproces structureel willen versterken, starten bij Ord’us vaak met een rendementstest: een concrete analyse van wat er bij de eigen praktijk aan rechtmatige omzet onbenut blijft. De training Optimaal Declareren vertaalt die analyse vervolgens naar teamafspraken en routines die standhouden, ook als individuele medewerkers vertrekken of van rol wisselen. Zo weet een praktijkhoudende huisarts niet alleen wat hij mag declareren, maar ook dat het in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk correct gebeurt.