Een huisarts ontvangt gemiddeld tussen de 100 en 150 euro per ingeschreven patiënt per jaar, afhankelijk van de samenstelling van de praktijkpopulatie en de verrichtingen die worden gedeclareerd. Dit bedrag bestaat uit een vast inschrijftarief, aangevuld met een reeks variabele vergoedingen voor geleverde zorg. De werkelijke inkomsten per patiënt lopen in de praktijk sterk uiteen, omdat lang niet elke praktijk alles declareert waar zij recht op heeft.
Hoe is de vergoeding voor huisartsen opgebouwd?
De vergoeding voor huisartsen bestaat uit twee hoofdcomponenten: een vast inschrijftarief per patiënt per jaar en een variabel deel op basis van geleverde zorg en verrichtingen. Daarnaast bestaan er aanvullende bekostigingsstromen voor modules, ketenzorg en bijzondere prestaties. De NZa stelt de tarieven jaarlijks vast en de zorgverzekeraar betaalt op basis van declaraties die de praktijk indient.
Dit stelsel is bewust zo ontworpen dat een basisinkomen gegarandeerd is via het inschrijftarief, terwijl extra inzet en specifieke zorgactiviteiten apart worden beloond. De praktijk heeft daarmee directe invloed op haar eigen omzet, zolang zij alles wat zij levert ook correct registreert en declareert. Precies daar zit de ruimte die veel praktijken onbenut laten.
Wat is het inschrijftarief dat huisartsen per patiënt ontvangen?
Het inschrijftarief is een vast bedrag per ingeschreven patiënt per jaar, ongeacht het aantal contactmomenten. In 2026 bedraagt dit tarief circa 75 euro per standaardpatiënt. Dit tarief vormt de financiële basis van elke huisartsenpraktijk en wordt maandelijks uitbetaald door de zorgverzekeraar op basis van het ingeschreven patiëntenbestand.
Het inschrijftarief is niet voor elke patiënt gelijk. De NZa hanteert wegingsfactoren op basis van leeftijd en sociaaleconomische achtergrond. Een oudere patiënt of een patiënt uit een achterstandswijk weegt zwaarder mee in de berekening, wat het tarief voor die inschrijving verhoogt. Een praktijk met een relatief oudere of kwetsbare populatie ontvangt daardoor structureel meer per patiënt dan een praktijk met een jonge, gezonde populatie.
Welke extra vergoedingen komen bovenop het inschrijftarief?
Bovenop het inschrijftarief ontvangt een huisartsenpraktijk vergoedingen voor consulten, visites, ketenzorgmodules, M&I-verrichtingen en specifieke programmatische zorg, zoals de POH-GGZ en de POH-Somatiek. Deze variabele component kan het totale inkomen per patiënt aanzienlijk verhogen, afhankelijk van wat de praktijk levert en correct declareert.
De voornaamste aanvullende bekostigingsstromen zijn:
- Consulttarieven: vergoedingen per face-to-face consult, telefonisch consult of e-consult met de huisarts of praktijkassistente.
- Ketenzorgmodules: vaste modulevergoedingen voor chronische aandoeningen zoals diabetes mellitus type 2, COPD en cardiovasculair risicomanagement (CVRM).
- M&I-verrichtingen: aanvullende tarieven voor specifieke medische verrichtingen die de huisarts uitvoert en die buiten het standaard consult vallen, zoals het plaatsen van een IUD of het verrichten van kleine chirurgie.
- POH-modules: vergoedingen voor de inzet van de praktijkondersteuner huisarts, zowel voor somatische zorg als voor GGZ-begeleiding.
- Avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW): aparte tarieven voor zorg buiten kantooruren via de huisartsenpost.
Elk van deze stromen kent eigen declaratiecodes en voorwaarden. De kennis over wat mag ik declareren als huisarts voor elk van deze categorieën is niet vanzelfsprekend aanwezig in elke praktijk, zeker niet wanneer die kennis rust op de schouders van individuele medewerkers.
Waarom lopen de inkomsten per patiënt sterk uiteen tussen praktijken?
De inkomsten per patiënt verschillen tussen praktijken omdat de populatiesamenstelling, het zorgaanbod en de volledigheid van declaraties sterk variëren. Twee praktijken met een vergelijkbare patiëntenlijst kunnen duizenden euro’s per jaar van elkaar verschillen in omzet, puur op basis van declaratiegedrag en -kennis.
De populatiesamenstelling speelt een rol via de wegingsfactoren in het inschrijftarief. Maar de grotere verklaring voor de onderlinge verschillen zit in het variabele deel. Praktijken die structureel alle verrichtingen registreren, alle ketenzorgprestaties tijdig indienen en alle M&I-mogelijkheden benutten, realiseren een aanzienlijk hoger inkomen per patiënt dan praktijken waar dit ad hoc of onvolledig gebeurt.
Gedrag en routine zijn de bepalende factoren. Wie declareert wat, wanneer en op basis van welke afspraken? In drukke praktijken worden deze vragen zelden expliciet beantwoord, waardoor vergoedingen structureel worden gemist zonder dat iemand dat opmerkt.
Hoeveel geld laten huisartspraktijken liggen door incomplete declaraties?
Huisartspraktijken laten gemiddeld tienduizenden euro’s per jaar aan legitieme inkomsten liggen door incomplete of onjuiste declaraties. Dit is geen gevolg van onwil, maar van ingesleten patronen, onduidelijke taakverdeling en kennislacunes die zich in de dagelijkse drukte niet vanzelf oplossen.
De meest voorkomende oorzaken van gemiste declaraties zijn:
- Verrichtingen die wel worden uitgevoerd maar niet worden geregistreerd, omdat de assistente ervan uitgaat dat de huisarts dit doet of andersom.
- M&I-codes die onbekend zijn of waarvan de toepassingsvoorwaarden niet helder zijn.
- Ketenzorgprestaties die niet volledig worden ingediend doordat niet alle vereiste onderdelen zijn vastgelegd.
- POH-verrichtingen die niet worden doorvertaald naar declarabele codes.
- Tijdige indiening die wordt gemist door een gebrek aan interne controleprocessen.
Bij Ord’us zien ze dit patroon in vrijwel elke praktijk die ze trainen. De rendementstest die Ord’us aanbiedt zet een concreet bedrag op wat een specifieke praktijk naar verwachting laat liggen, zodat de omvang van het probleem zichtbaar wordt voordat er een beslissing wordt genomen.
Hoe weet een praktijk of zij alles correct declareert?
Een praktijk weet of zij alles correct declareert door haar declaratiegedrag systematisch te toetsen aan de NZa-tariefbeschikking en de LHV-richtlijnen, en door intern te controleren of alle geleverde zorg ook daadwerkelijk wordt geregistreerd en ingediend. Zonder dit toetsmoment blijven kennislacunes en routinefouten onzichtbaar.
De praktische stappen om grip te krijgen op de volledigheid van declaraties zijn:
- Breng de huidige werkwijze in kaart: wie registreert wat, op welk moment, en op basis van welke afspraken? Onduidelijkheid hier is de voornaamste bron van gemiste inkomsten.
- Toets kennis van codes en voorwaarden: niet alleen de huisarts, maar ook de assistentes en de POH moeten weten welke verrichtingen declarabel zijn en onder welke condities.
- Vergelijk feitelijke declaraties met geleverde zorg: een structurele discrepantie tussen wat er in het HIS staat en wat er wordt ingediend, wijst op een systematisch probleem.
- Maak eenduidige interne afspraken: leg vast wie welke code indient, wanneer en op basis van welke registratie. Mondeling overgedragen kennis verdwijnt zodra een medewerker uitvalt.
De training Optimaal Declareren van Ord’us is specifiek ontworpen om dit proces te doorlopen met het hele team, op de eigen locatie. Eerst wordt het huidige kennisniveau getoetst, daarna worden onbewust gemiste verrichtingen en codes zichtbaar gemaakt, en vervolgens worden concrete interne afspraken vastgelegd die direct toepasbaar zijn. Via een online leeromgeving blijft de opgedane kennis daarna actief door wekelijkse leermomenten en casussen, zodat verbetering niet wegzakt maar structureel verankerd raakt in de dagelijkse routine van de praktijk.
Voor praktijken die eerst willen weten wat er bij hen concreet te halen valt, biedt Ord’us de rendementstest aan: een berekening die de verwachte omissies in kaart brengt en er een bedrag aan koppelt. Zo wordt de vraag wat mag ik declareren als huisarts niet alleen beantwoord in theorie, maar vertaald naar een praktisch en financieel inzicht dat direct relevant is voor de eigen praktijk.