Het inschrijftarief en het consulttarief zijn twee fundamenteel verschillende vergoedingen die elk een ander deel van de huisartsenzorg dekken. Het inschrijftarief is een vast bedrag per ingeschreven patiënt per jaar, bedoeld voor de beschikbaarheid en continuïteit van zorg. Het consulttarief wordt apart gedeclareerd voor specifieke contactmomenten waarbij daadwerkelijk zorg wordt geleverd. Beide tarieven kunnen naast elkaar bestaan, maar gelden voor verschillende situaties. De vragen die hieronder aan bod komen, helpen je precies te begrijpen wanneer welk tarief van toepassing is en waar de meeste declaratiefouten ontstaan.
Wanneer geldt het inschrijftarief en wanneer het consulttarief?
Het inschrijftarief geldt altijd en automatisch voor elke patiënt die bij jouw praktijk staat ingeschreven, ongeacht of die patiënt contact opneemt. Het consulttarief geldt alleen wanneer een patiënt daadwerkelijk contact heeft met de praktijk en er zorg wordt geleverd die valt binnen de daarvoor geldende NZa-prestatiebeschrijvingen. De twee tarieven bestaan naast elkaar en sluiten elkaar niet uit.
Praktisch gezegd: het inschrijftarief dek je door de inschrijving zelf te registreren en jaarlijks te declareren bij de zorgverzekeraar. Het consulttarief declareer je bovenop het inschrijftarief, telkens wanneer er een contactmoment plaatsvindt dat aan de voorwaarden voldoet. Bepalend voor de declaratie is uitsluitend wat daadwerkelijk is uitgevoerd — niet de intentie, de voorbereiding of de geplande handeling. Veel praktijken begrijpen dit onderscheid in theorie, maar in de dagelijkse praktijk ontstaat toch verwarring over welk tarief wanneer van toepassing is, en of beide tegelijk mogen worden gedeclareerd.
Wat dekt het inschrijftarief precies?
Het inschrijftarief dekt de beschikbaarheid van de huisarts voor een ingeschreven patiënt gedurende het hele jaar. Het gaat om de organisatie van zorg, de bereikbaarheid, het bijhouden van het medisch dossier en de continuïteit van de huisartsrelatie. Het is een abonnementstarief dat los staat van het aantal keren dat een patiënt daadwerkelijk contact opneemt.
Concreet betekent dit dat het inschrijftarief zaken omvat als het beschikbaar zijn voor spoedvragen, het voeren van regie over de zorg rondom een patiënt en het beheren van het patiëntendossier. Wat het inschrijftarief niet dekt, zijn de individuele contactmomenten waarbij zorg wordt geleverd. Daarvoor bestaat het consulttarief. Een veelgemaakte aanname is dat het inschrijftarief “alles afdekt” en dat er daardoor geen consulttarief gedeclareerd hoeft te worden. Dat is een misverstand dat praktijken structureel inkomsten kost.
Voor welke contacten mag een consulttarief worden gedeclareerd?
Een consulttarief mag worden gedeclareerd voor elk direct patiëntencontact waarbij zorg wordt geleverd die valt onder de prestatiebeschrijvingen van de NZa. Dit omvat fysieke consulten op de praktijk, visites aan huis, telefonische consulten waarbij inhoudelijk medisch advies wordt gegeven, en beeldbelconsulten. Niet elk telefoontje of kort contact telt automatisch als declarabel consult. Bepalend is uitsluitend wat er daadwerkelijk is uitgevoerd tijdens het contact — niet wat er gepland of voorbereid was.
De sleutel zit in de inhoud van het contact. Een administratief telefoontje over een herhaalrecept of een afspraakbevestiging levert geen consulttarief op. Een telefonisch consult waarbij inhoudelijk getriageerd wordt, advies wordt gegeven of een behandelplan wordt besproken, kan dat wel. Dit geldt ongeacht of het contact wordt gevoerd door de huisarts, een doktersassistente, een praktijkverpleegkundige of een physician assistant (PA), mits de betreffende zorgverlener bevoegd en bekwaam is en dit past binnen de gemaakte afspraken. Veel praktijken laten hier onbewust inkomsten liggen, simpelweg omdat niet iedereen in het team weet wanneer een contact als declarabel consult mag worden gedeclareerd.
Voor praktijkondersteuners (POH) en andere zorgverleners die programmatische zorg verlenen, zoals bij diabetes of COPD, gelden aanvullende regels. Zorg die al onderdeel is van de ketenzorgvergoeding mag niet afzonderlijk worden gedeclareerd. Voor longfunctieonderzoek geldt specifiek dat dit binnen de COPD-ketenzorg niet apart gedeclareerd mag worden. Het is belangrijk dat de taakverdeling binnen het team helder is, zodat elk contact op de juiste manier wordt gedeclareerd. Bij de training Optimaal Declareren van Ord’us wordt dit soort teamafspraken concreet gemaakt en vastgelegd.
Mogen beide tarieven voor dezelfde patiënt op dezelfde dag worden gedeclareerd?
Ja, het inschrijftarief en het consulttarief mogen voor dezelfde patiënt op dezelfde dag worden gedeclareerd. Ze dekken immers verschillende zaken: het inschrijftarief staat voor de jaarlijkse beschikbaarheid, het consulttarief voor een specifiek contactmoment. Het feit dat een patiënt die dag een consult heeft, verandert niets aan het recht op het inschrijftarief, en andersom.
Dit is een punt waar in de praktijk soms onzekerheid over bestaat. Sommige praktijkmedewerkers zijn terughoudend om beide tarieven te declareren uit angst dat dit dubbel telt of vragen oproept bij de zorgverzekeraar. Die terughoudendheid is begrijpelijk, maar niet nodig zolang beide tarieven correct en rechtmatig worden toegepast. De NZa-regelgeving staat dit uitdrukkelijk toe.
Welke declaratiefouten ontstaan door verwarring tussen beide tarieven?
De meest voorkomende declaratiefout is het niet declareren van het consulttarief omdat men ervan uitgaat dat het inschrijftarief het contact al dekt. Daarnaast worden telefonische consulten en beeldbelcontacten regelmatig niet gedeclareerd als declarabel moment, terwijl dat wel mag. Ook het vergeten van aanvullende verrichtingen die tijdens een consult daadwerkelijk zijn uitgevoerd, leidt tot structureel gemiste inkomsten. Verrichtingen zoals de Enkel-armindex (Doppleronderzoek) worden bijvoorbeeld regelmatig over het hoofd gezien, terwijl ze wel degelijk afzonderlijk declarabel kunnen zijn — mits ze niet al onderdeel zijn van een ketenzorgvergoeding.
Andere veelvoorkomende fouten zijn:
- Het niet declareren van een consult omdat de patiënt al eerder die dag contact had gehad
- Onduidelijkheid over wie in het team verantwoordelijk is voor de declaratie van een bepaald contacttype
- Het gebruik van een te algemene of onjuiste prestatiecode, waardoor een verrichting niet of lager wordt vergoed
- Het missen van M&I-verrichtingen die tijdens een consult daadwerkelijk zijn uitgevoerd en hadden kunnen worden gedeclareerd
Wat deze fouten gemeen hebben, is dat ze zelden voortkomen uit onwil of nalatigheid. Ze ontstaan uit ingesleten routines, een onduidelijke taakverdeling en aannames die nooit hardop zijn uitgesproken. Dat is precies waarom Ord’us niet alleen kennis overdraagt, maar werkt aan het gedrag en de afspraken van het hele team.
Hoe controleer je of jouw praktijk de tarieven correct toepast?
Een eerste stap is het vergelijken van het aantal gedeclareerde consulten met het aantal geregistreerde contactmomenten in het huisartsinformatiesysteem. Als die aantallen structureel ver uit elkaar liggen, is dat een signaal dat contacten niet worden gedeclareerd. Daarnaast kun je steekproefsgewijs nagaan of de gebruikte prestatiecodes overeenkomen met wat er in het dossier staat beschreven en of de gedeclareerde verrichtingen daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
Praktisch zijn er een aantal controlevragen die het team zichzelf kan stellen:
- Wordt elk telefonisch consult waarbij inhoudelijk advies daadwerkelijk is gegeven, als zodanig gedeclareerd?
- Is er een duidelijke afspraak over wie welk type contact declareert, rekening houdend met de bevoegdheid en bekwaamheid van de betreffende zorgverlener?
- Worden aanvullende verrichtingen die tijdens een consult daadwerkelijk zijn uitgevoerd, consequent meegenomen in de declaratie — en is per verrichting gecontroleerd of deze niet al onderdeel is van een ketenzorgvergoeding?
- Zijn alle medewerkers op de hoogte van de actuele NZa-tarieven en LHV-richtlijnen voor 2026?
Wie structureel wil weten wat er in de eigen praktijk aan inkomsten blijft liggen, kan bij Ord’us een rendementstest aanvragen. Die maakt inzichtelijk welk bedrag een praktijk jaarlijks misloopt en waar de grootste kansen liggen. Vervolgens biedt de training Optimaal Declareren het hele team de kennis, de afspraken en de routines om declareren structureel goed te doen, volledig binnen de NZa- en LHV-richtlijnen. Zo wordt correct declareren geen persoonlijke verantwoordelijkheid van één medewerker, maar een gedeeld teamproces dat ook standhoudt als iemand er een dag niet is.