Wat mag ik declareren als huisarts? - Ord'us
Contact

Wat mag ik declareren als huisarts?

Bart ·
Houten bureau van een huisarts met stethoscoop op open patiëntdossier, georganiseerde declaratiedocumenten en potplant in warm ochtendlicht.

Als huisarts mag je declareren wat je daadwerkelijk hebt geleverd: consulten, visites, telefonische en digitale contacten, en een breed scala aan verrichtingen die zijn vastgelegd in de tariefstructuur van de NZa. De sleutel zit in het woord “daadwerkelijk” — optimaal declareren betekent volledig en correct, nooit meer dan is toegestaan, maar ook nooit structureel minder dan waar je praktijk recht op heeft. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over declaratieregels voor huisartsen, van basisbegrippen tot veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt.

Welke prestaties mag een huisarts declareren bij de zorgverzekeraar?

Een huisarts mag bij de zorgverzekeraar alle prestaties declareren die zijn opgenomen in de NZa-tariefbeschikking voor huisartsenzorg en die daadwerkelijk zijn geleverd aan een ingeschreven patiënt. Dit omvat inschrijftarieven, consulten (fysiek, telefonisch en digitaal), visites, avond- en weekendzorg, en een uitgebreide lijst van verrichtingen en modules voor aanvullende zorg.

De declaratieregels voor huisartsen zijn vastgelegd door de NZa en worden nader toegelicht door de LHV. Binnen dat kader valt zorg grofweg uiteen in drie segmenten. Het eerste segment betreft de inschrijftarieven: een vast bedrag per ingeschreven patiënt per jaar. Het tweede segment omvat de consulttarieven voor directe patiëntcontacten. Het derde segment bestaat uit modules en verrichtingen voor specifieke zorgvormen, zoals ketenzorg, ouderenzorg en M&I-verrichtingen (modernisering en innovatie).

Veel praktijken declareren het eerste segment redelijk volledig, maar laten juist in het tweede en derde segment onbedoeld inkomsten liggen. Niet door onwil, maar omdat de regels complex zijn en de dagelijkse drukte weinig ruimte laat om ze goed bij te houden. Ord’us helpt praktijkteams precies op dit punt: inzicht krijgen in wat er wettelijk mag, en dat omzetten in een routine die elke dag klopt.

Wat is het verschil tussen een consult, een visite en een verrichting?

Een consult is een patiëntcontact op de praktijk, telefonisch of digitaal, waarbij de huisarts direct betrokken is. Een visite is een consult aan huis of in een instelling. Een verrichting is een specifieke medische handeling die los van of naast een consult declareerbaar is, zoals een ECG, een injectie of het plaatsen van een spiraaltje.

Het onderscheid is belangrijk voor correcte declaratie. Bij een consult declareer je het contactmoment zelf. Bij een verrichting declareer je de uitgevoerde handeling — en in veel gevallen mag je die combineren met het bijbehorende consult op dezelfde dag. Juist hier ontstaan misverstanden: sommige teams denken dat een verrichting het consult “vervangt”, terwijl ze in werkelijkheid naast elkaar mogen staan.

Telefonische en digitale consulten verdienen speciale aandacht. Ja, je mag een telefonisch consult declareren — mits er sprake is van een volwaardig medisch contact waarbij de huisarts inhoudelijk betrokken is. Een kort administratief gesprek valt daar niet onder. De grens zit in de inhoud van het contact, niet in de duur of het kanaal.

Welke verrichtingen worden het vaakst niet gedeclareerd door huisartsen?

De verrichtingen die het vaakst ongedeclareerd blijven, zijn niet de grote of ingewikkelde handelingen. Het zijn juist de alledaagse: kleine chirurgische ingrepen, wondzorg, ECG’s, spirometrie, injecties, en diverse M&I-verrichtingen voor specifieke patiëntgroepen. Ook consulten die door de POH worden uitgevoerd, worden regelmatig niet of onjuist gedeclareerd.

Dit patroon heeft een logische oorzaak. In een drukke praktijk worden verrichtingen wel uitgevoerd en genoteerd in het HIS, maar de vertaalslag naar een declarabele code wordt overgeslagen — soms omdat niemand precies weet wie die stap zet, soms omdat de code onbekend is, en soms simpelweg omdat het er niet meer van komt aan het einde van een volle dag.

Andere categorieën die structureel onderbenut zijn:

  • Avond-, nacht- en weekendtarieven bij waarneming of ANW-zorg
  • Consulten bij patiënten in verzorgingshuizen zonder WLZ-indicatie
  • Specifieke M&I-verrichtingen waarvoor de praktijk wel de zorg levert maar de declaratiemogelijkheid niet kent
  • Dubbele verrichtingen op één dag die wel degelijk apart declarabel zijn

Wil je weten wat er in jouw praktijk concreet blijft liggen? De rendementstest van Ord’us zet er een bedrag op, zodat het geen vaag vermoeden blijft maar een concreet inzicht.

Mag je meerdere prestaties op één dag voor dezelfde patiënt declareren?

Ja, in veel gevallen mag je op één dag meerdere prestaties voor dezelfde patiënt declareren, mits elke prestatie daadwerkelijk is geleverd en aan de declaratievoorwaarden voldoet. Een consult en een verrichting op dezelfde dag zijn in de meeste gevallen combineerbaar. Wat niet mag, is hetzelfde contactmoment twee keer declareren onder verschillende codes.

De NZa-regels bevatten specifieke combinatiebepalingen die per prestatiecode vastleggen of en hoe combinaties zijn toegestaan. Sommige verrichtingen zijn uitdrukkelijk combineerbaar met een consult; andere hebben een zogenoemde “inclusief”-bepaling, waardoor ze niet apart declareerbaar zijn als ze onderdeel zijn van het reguliere consult.

Dit is precies het terrein waar onzekerheid het grootst is — en waar fouten in beide richtingen worden gemaakt. Sommige praktijken combineren prestaties die niet gecombineerd mogen worden; andere laten combinaties liggen die wel degelijk zijn toegestaan. Beide situaties zijn te voorkomen met heldere interne afspraken en actuele kennis van de geldende declaratieregels.

Wat zijn de risico’s van onjuist declareren als huisarts?

De risico’s van verkeerd declareren als huisarts zijn reëel en lopen uiteen van financiële terugvordering door de zorgverzekeraar tot reputatieschade en, in ernstige gevallen, juridische gevolgen. Zorgverzekeraars voeren steeds vaker materiële controles uit waarbij declaraties worden getoetst aan de geleverde zorg en de NZa-regels.

Onjuist declareren hoeft niet bewust te zijn om gevolgen te hebben. Ook onbedoelde fouten, zoals het structureel declareren van een verkeerde code of het combineren van prestaties die niet combineerbaar zijn, kunnen leiden tot terugvordering over meerdere jaren. Dat is een financieel risico dat veel praktijkhouders onderschatten omdat ze ervan uitgaan dat “het wel goed gaat”.

Andersom geldt ook een risico: structureel te weinig declareren tast de financiële gezondheid van de praktijk aan. Inkomsten die je niet declareert, zijn inkomsten die je niet kunt investeren in personeel, opleiding of betere werkprocessen. Een praktijk die financieel onder druk staat, heeft minder ruimte om goede zorg te blijven leveren.

De beste bescherming tegen beide risico’s is hetzelfde: weten wat de regels zijn, ze consequent toepassen, en kunnen aantonen dat wat je declareert overeenkomt met wat je hebt geleverd. Dat geeft gemoedsrust, ook bij een controle.

Hoe zorg je dat je praktijk structureel correct declareert?

Structureel correct declareren vraagt om drie dingen tegelijk: actuele kennis van de declaratieregels, heldere interne afspraken over wie wat registreert en declareert, en een routine die dat gedrag elke dag borgt. Kennis alleen is niet genoeg — het gaat erom dat het hele team hetzelfde begrijpt en hetzelfde doet.

In de praktijk betekent dit concreet:

  1. Zorg voor een actueel overzicht van declarabele prestaties die voor jouw praktijkprofiel relevant zijn, inclusief de combinatieregels en de voorwaarden per code.
  2. Maak duidelijke afspraken over taakverdeling — wie registreert welke verrichting, wie controleert, en wie declareert? Kennis die alleen bij één assistente zit, is kwetsbaar.
  3. Bespreek casuïstiek regelmatig in het team zodat nieuwe situaties niet leiden tot gokken, maar tot een gezamenlijk besluit op basis van de regels.
  4. Houd kennis actueel — de NZa past tarieven en voorwaarden jaarlijks aan. Wat in 2025 gold, kan in 2026 anders zijn.

De training Optimaal Declareren van Ord’us is specifiek opgezet om dit proces te ondersteunen. De training vindt altijd op locatie plaats, met het hele team, en combineert kennisoverdracht met het maken van concrete interne afspraken. Via een online leeromgeving blijft kennis daarna levend door wekelijkse leermomenten en casuïstiek. Zo verbetert declaratiegedrag niet tijdelijk, maar structureel.

Wil je weten waar jouw praktijk nu staat? Bekijk de mogelijkheden op ordus.nl en ontdek wat er bij jouw praktijk nog te halen valt, volledig binnen de NZa- en LHV-richtlijnen.

Gerelateerde artikelen